15-06-05

Eerste brief aan de onrechtvaardige rechters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

If language is not correct, then what is said is not what is meant; if what is said is not what is meant, then what must be done remains undone; if this remains undone, morals and art will deteriorate; if justice goes astray, the people will stand about in helpless confusion. Hence there must be no arbitrariness in what is said. This matters above everything.

 

 

 

Van Umberto, door Gods wil aanwezig op dit ondermaanse, en onze broeder Johannes, aan de onrechtvaardige rechter van de gemeente van Gent, onze broeder in het geloof.

Genade voor u, wellicht nooit en

Vrede, voor u, wellicht nooit.

 

Wij vervloeken God, de vader van onze Heer Jezus Christus, telkens wij u in onze gesprekken gedenken.

Wij hebben immers gehoord van uw oordeel, dat in deze wereld geen vrucht kan dragen.

Wij zeggen aldus dat het woord van de waarheid niet bij u kwam.

Zo hebt gij het blijkbaar geleerd, van Judas, u welbekend en voor u de enige dienaar van Christus.

 

Vanaf het ogenblik dat wij dit hebben gehoord, houden wij dan ook niet op voor u te bidden. Wij smeken God u ooit wat wijsheid en geestelijk inzicht te schenken, zodat gij Zijn wil ooit nog eens verstaat en een leven leidt dat eindelijk waarachtig mag worden.

 

Ziet u, u heeft ons ontrukt aan het koninkrijk van het licht en overgebracht naar het domein van de duisternis, zodat uw bevrijding nooit verzekerd zal zijn en uw zonden u altijd tekenen zullen.

 

Voor u op kippertjesdag dus geen vergeving.

U was ons vijandig gezind en uw daden waren slecht.

En door Zijn dood, uw naam nabij, verkondigen wij het geheim dat niet verborgen was voor alle eeuwen en alle generaties: ‘Christus is niet in u’, en ook: ‘De hoop op een eeuwige heerlijkheid is niet aan u’.

 

Daarvoor spannen wij ons in, strijdend met Zijn kracht, die machtig in ons werkt. 

Wij zeggen u dit om te voorkomen dat u verder met schijnschone redeneringen uw dagen slijt, met uw waardeloze, bedrieglijke theorieën, puur des mensens bedenksels. De oorkonde met haar bezwarende bepalingen, die tegen ons getuigde, hebben wij niet verscheurd. Wij hebben haar niet vernietigd en niet aan het kruis genageld. O ironie des naams.

 

Maakt dus radicaal een einde aan uw immorele praktijken, uw ontucht en uw hebzucht.

Want voorwaar, wie onrecht doet, krijgt zijn onrecht terug; wij kennen geen gunstelingen.

Het verderf zal u overvallen zoals weeën een zwangere vrouw, en niets zal zijn dan nacht en duisternis.  

Wij wijzen u niet terecht, gij leegloper, kleinmoedige, zwakkeling.

De dag des vergelding is nabij.

Want zie, de grote afval moest eerst komen en de goddeloze Mens moest zich openbaren, de Zoon des verderfs, de Tegenstander, die zich verheven voelt boven al wat verering ontvangt, zo zelfs dat hij zich neerzette in de tempel der rechtvaardigheid en in ruil voor schamele thalers zijn schamele oorkonde schreef.

De Goddeloze, steunend op de kracht van de satan, schreef haar oorkonde, vergezeld van allerlei wonderen, tekenen en goochelkunsten.

 

U wilt dus leraar zijn van de wet, maar u begrijpt niet eens wat u zegt noch datgene waarover u zulke stellige uitspraken ten beste geeft.

Uw wet is er niet voor de rechtvaardigen, want rechtvaardig is zij niet; zij is er voor mensen die zich aan God noch gebod storen, voor weerspannigen en zondaars, voor verachters en bespotters van al wat heilig is, vadermoorders en moedermoorders, doodslagers, hoerenlopers, knapenschenders, ronselaars, leugenaars, meinedigen; uw wet is er dus voor u, want in elk der bestemden lezen wij uw naam.

 

Zo ook zult u veroordeeld worden, die de waarheid geweigerd heeft en de ongerechtigheid gekozen, verleid als u was, gij staminodium, door de beurzen van  huichelachtige leugensprekers, wier geweten met een brandijzer is toegeschroeid.

 

Dit woord, met eigen hand geschreven door Umberto en zijn broeder Johannes, is betrouwbaar, want draagt een vijgenboom olijven of een wijnstok vijgen?

 

Gij, preker van Judas, gij zwelgt op deze aarde, gij hebt u vetgemest voor de dag van de slachting.

Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord; hij heeft geen verweer tegen u.

 

Maar uw rechter staat al voor de deur.

Scherper dan een tweesnijdend zwaard, zal zijn oordeel doordringen tot het raakpunt van uw weke ziel en geest, van uw schamele gewrichten en merg.

Beroofd zult u worden van uw oneerlijke winst; uw lust op klaarlichte dag te zwelgen in eigendunk zal uw geslacht bezoedelen en vervloeken, volleerd als u bent in de luiheid en hebzucht.

Maar weet ‘een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel.’

 

Wij talmen dus niet met deze zinnen, wij, Umberto en zijn broeder Johannes, schrijven deze zinnen met eigen hand.

 

 

 

U weest dus gewaarschuwd, uw door de zonden bezoedeld kleed zal tot vaan dienen op onze akkers.

Wij kunnen slechte mensen niet verdragen, hen die zich rechters noemen maar het niet zijn; Luiden die het merkteken, de naam van het Beest of het getal van zijn naam dragen. En dit getal van die luiden –zoals geborduurd op uw huichelachtig gewaad- is 666.

 

U zult dus de wijn drinken, gij vermaledijde liegende kruisvaarder, u zult de wijn drinken van onze toorn, onverdund geschonken in de beker van onze gramschap.

En de engel van de wateren zal zeggen: ‘Rechtvaardig zijt gij, Umberto –en ook uw broeder Johannes- dat gij uw vonnis zo hebt geveld.

Bloed heeft hij willen vergieten, het bloed van onschuldigen en profeten, en bloed hebt gij hem te drinken gegeven. Hij heeft het verdiend.’   

 




15:15 Gepost door eds | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Eerste bericht aan mijn vader

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wakker worden in verre huizen

Denkend aan die lieve, dode dagen

En de vader die niet vragen kon:

Hoe laat die nacht?

En de moeder die niet sussen kon:

Stil maar, zachte man

Het klaart al rood in de tuin

 

Nu spreek ik dan

Een eerste keer.

 

Nooit die hand in jouw hand

Nooit meer dan vage flarden

 

Jij bent dus al gegaan

Uit de vaart van zeven levens

 

En in die ene zin van zeven zinnen

-ouder dan vandaag-

                          hoorde ik dan eindelijk je stem.

15:02 Gepost door eds | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

        In een straa

 
 
 
 
 
 
 
 
In een straat van zomaar een stad
zei nog maar eens een heer met hoge hoed:
 
in mij
woeden de gevechten van alle slaven van alle eeuwen,
vechten de aspiraties van alle heersers van alle eeuwen,
dromen de verzuchtingen van alle geliefden van alle eeuwen.
 
Hoe kun je me dan vragen,
kereltjes van was,
dat ene woord
dat bitter jagend
vertaald wordt in dat ene rijm
- waar niemand weet van heeft?
 
In mij...
 
Ik liep alweer de straat over.
 
Zij zwanzen
voor zwijmelende dames
ter eer en glorie van slechts zichzelf.
 

14:55 Gepost door eds | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |